Home>Tips & weetjes>Groentips>Vogels in de tuin
Bekijk ons volledige assortiment Klik hier voor inspiratie

Vogels in de tuin

Elke tuin, groot of klein, in de stad of meer 'buiten', kan je aantrekkelijk maken voor vogels. Op die manier dragen we een steentje bij aan het beschermen van de natuur, en kunnen we in onze tuin veel (verschillende) vogels te zien krijgen: leuk en leerzaam! En ook goed voor je tuin, want vogels ruimen ook schadelijke insecten als slakjes en bladluizen op.

Je maakt je tuin – of zelfs balkon! – gastvrij voor vogels door voor beschutting, nestgelegenheid en voldoende voedsel en water te zorgen. Dat doe je door je tuin 'vogelvriendelijk' in te richten: met een dichtbebladerde struik of heg om in te schuilen of te nestelen. Door planten of struiken in je tuin te zetten waarvan vogels de zaden of bessen kunnen eten. Door te zorgen voor water, in een vijver of een drinkschaal. En door niet te 'netjes' te tuinieren: laat afgevallen blad hier en daar liggen zodat vogels er insecten tussen kunnen zoeken. En wees niet te rigoureus met de snoeischaar, zodat er in de winter voldoende voedsel en schuilgelegenheid overblijft.

Door nestkastjes op te hangen, kan je ook veel vogels naar je tuin lokken. En je helpt vogels ook door ze te voederen: het leuke is dat – door het kiezen van diverse soorten vogelvoer – er veel verschillende vogels in de tuin komen en zich tijdens het eten goed laten bekijken.

Bij Dille & Kamille vind je, naast nestkastjes, verschillende soorten vogelvoer en voederhuisjes, ook vogelgidsjes. Het is leuk om de vogels te leren herkennen aan hun uiterlijk en zang, maar ook aan hun gedrag.
Meer tips voor een tuin vol vogels vind je op www.vogelbescherming.nl.


NESTKASTJES

Veel (tuin)vogels zijn blij met een nestkast: natuurlijk om hun nest in te bouwen en jongen groot te brengen, maar ook om in te slapen. Nestkastjes lokken vogels naar je tuin: heel leuk om naar te kijken, zeker als er jonge vogeltjes zijn! Elke vogelsoort kiest zijn eigen type nestkast uit: het verschil zit vooral in de doorsnede van de aanvliegopening en de maat van het kastje. Als je weet welke vogels je in je tuin hebt, kan je bij Dille & Kamille de juiste nestkast voor ze vinden.

Hang de nestkast bij voorkeur al op in het najaar. Vooral kleine vogeltjes als mezen en winterkoninkjes zullen het kastje ook gebruiken om 's nachts in de winter voor de kou te schuilen. Hang het kastje stevig op, minstens 2 meter boven de grond, met de opening naar het noordoosten: zo hebben de broedende vogels zo min mogelijk last van regen, wind of juist oververhitting. Kies ook een rustige plek voor het nestkastje, met een vrije 'aanvliegroute'. Hang geen vogelvoer vlak bij de nestkast – dat zorgt voor ruzie en onrust. En zorg er tenslotte voor dat katten niet bij de nestkast kunnen komen!

De meeste vogels, zoals roodborst, winterkoning en mezensoorten, broeden liever niet te dicht bij elkaar – zorg dus voor minstens 3 meter tussenruimte tussen de nestkasten. De huismus daarentegen broedt graag gezellig met soortgenoten; hiervoor is de zgn. 'mussenflat', met meerdere nestruimtes in één nestkast, heel geschikt.
 

Koolmees
Winterkoninkje
Huismus
Pimpelmees
Roodborstje

VOGELS VOEDEREN
Vogels gebruiken het hele jaar door veel energie: in de lente en zomer om te nestelen en hun jongen te voederen, in de herfst om vetreserves op te bouwen voor de winter of de trek naar het zuiden. 's Winters kost het heel veel energie om voldoende warm te blijven.
Ook in een tuin vol insecten, zaadjes en bessen, kan je het hele jaar door vogels (bij)voederen. Het geeft vogels een extraatje naast hun 'gewone' voedsel en zorgt ervoor dat je veel vogels in je tuin te zien krijgt.

De winter blijft de belangrijkste tijd om vogels te voederen: tijdens de korte winterdagen wordt het lastig om voldoende voedsel te vinden. Als er dan ook nog sneeuw ligt of de grond hard bevroren is, wordt het helemaal moeilijk. Om hun lichaamstemperatuur (ca 40ºC!) op peil te houden, hebben vogels energie- en dus vetrijk voedsel nodig: bij Dille & Kamille vind je vetbollen en pindanetjes om los in de boom te hangen of in een speciale 'vogelvoederveer'. Deze zijn vooral in trek bij de verschillende mezensoorten en spreeuwen, andere vogels zullen de op de grond gevallen restjes weten te vinden.
Merels en lijsters zijn dol op appels en stukjes brood. Die kan je op de grond leggen maar ook in een speciaal 'appelhuisje' doen of in een voederhuisje van gaas. Vinken, groenlingen en mussen zijn zaadeters: voor hen heeft Dille & Kamille een energierijke mix van zaden, granen en zonnepitten – ook in trek bij mezen - voor op de voedertafel. Insecteneters als heggenmus, winterkoning en roodborst eten graag meelwormen (dierenwinkel) maar ook ongekookte havermout is populair.

Geef in de lente juist liever geen vetrijk voedsel als pinda's en vetbollen: door warmte kan vet bederven waardoor vogels ziek worden. Geef dan ook geen pinda's: als vogels de nootjes aan hun jongen geven, kunnen die er in stikken. Geef in het voorjaar bv. wel de zadenmix, zonnepitten, ongekookte havermout, gewelde rozijnen of appels.

Enkele algemene voedertips:

  • Hang of strooi het voedsel op een rustige plek, waar vogels makkelijk aan en af kunnen vliegen. Strooi ook wat voedsel op de grond tussen struiken, zodat schuwere vogels als heggenmus en lijster ook aan hun trekken komen.
  • Zorg ervoor dat katten zich niet vlakbij de voederplek kunnen verstoppen.
  • Geef dagelijks voedsel: liefst vroeg in de ochtend en aan het eind van de middag. 's Ochtends hebben vogels energie nodig na een koude nacht, 's middags kunnen ze juist weer een reserve voor de nacht opbouwen.
  • Voer kleine beetjes tegelijk, zodat voedsel niet bederft of er ongedierte op af komt.
  • Zorg voor voldoende water, maar in een ondiepe drinkbak zodat vogels er niet in kunnen badderen met bevroren veren als gevolg. Ververs het water regelmatig.
  • Wanneer het heel hard vriest kan je geschaafd ijs geven. Als er sneeuw ligt krijgen vogels vocht door sneeuw op te pikken en is er geen water nodig.