Vogels in de tuin

Elke tuin, groot of klein, in de stad of meer ‘buiten’, kan je aantrekkelijk maken voor vogels. Op die manier draag je een steentje bij aan het beschermen van de natuur en krijg je veel vogels in je tuin te zien: leuk én leerzaam.


Tips voor een vogelvriendelijke tuin:

Een dicht bebladerde struik of heg geeft vogels een plekje om te schuilen en nestelen.

Kies voor planten of struiken waarvan vogels de bessen en zaden kunnen eten.

Zorg voor voldoende water, bijvoorbeeld door een drinkschaal te plaatsen of vijvertje te maken.

Tuinier niet al te ‘netjes’. Laat afgevallen blad hier en daar liggen zodat vogels er insecten tussen kunnen zoeken. Wees ook niet te rigoureus met de snoeischaar zodat er in de winter voldoende schuilgelegenheid overblijft.

Je kunt vogels het hele jaar bijvoederen. Door te kiezen voor verschillende soorten vogelvoer lok je veel verschillende vogels naar je tuin.

Plaats nestkastjes en vogelvoederhuisjes.


Nestkastjes:

Veel (tuin)vogels zijn blij met een nestkast: natuurlijk om hun nest in te bouwen en jongen groot te brengen, maar ook om in te slapen. Elke vogelsoort kiest zijn eigen type nestkast, het verschil zit vooral in de doorsnede van de aanvliegopening en de maat van het kastje. Als je weet welke vogels je in je tuin hebt, kan je bij Dille & Kamille de juiste nestkast voor ze vinden!

Hang de nestkast bij voorkeur al op in het najaar. Vooral kleine vogeltjes als mezen en winterkoninkjes zullen het kastje ook gebruiken om ’s nachts in de winter voor de kou te schuilen.

Hang het kastje stevig op, minstens 2 meter boven de grond. Plaats de opening richting het noordoosten: zo hebben broedende vogels zo min mogelijk last van regen, wind of juist warmte.

Kies een rustige plek voor het kastje, met een vrije aanvliegroute.

Hang geen vogelvoer vlakbij de nestkast. Dat zorgt voor ruzie en onrust.

Zorg ervoor dat katten niet bij de nestkast kunnen komen.

De meeste vogels – zoals roodborst, winterkoning en mezen – broeden liever niet te dicht bij elkaar. Zorg dus voor minstens 3 meter ruimte tussen nestkasten. De huismus daarentegen broedt graag gezellig met soortgenoten. Hiervoor is de mussenflat, met meerdere nestruimtes in één nestkast, dan ook heel geschikt.


Meer tips voor een tuin vol vogels vind je op www.vogelbescherming.nl.