Home>Tips & weetjes>Groentips>Zaaien, planten en verpotten>Zaaien
Bekijk ons volledige assortiment Klik hier voor inspiratie

Zaaien

Zelf zaaien is leuk en niet moeilijk. Voor de prijs van een paar zakjes zaad krijg je, met enig geduld, massa's bloemen, groente of keukenkruiden. Heb je teveel kleine plantjes? Ruil ze dan met anderen of geef ze weg. 

 

Je kan binnen zaaien op kamertemperatuur of in een verwarmde kas – dat heet voorzaaien – om later als de nachtvorst geweken is de plantjes buiten uit te planten. Of zaai wat later, als het warmer is, buiten in de volle grond of in potten. Eén tip: zaai niet te vroeg! Binnen kiemt zaad heel snel, maar de meeste plantjes kunnen pas in mei veilig naar buiten. Als je te vroeg begint, moeten je plantjes te lang binnen blijven - daar worden ze slap en kwetsbaar van. Zaai dus pas vanaf eind maart of in april: dan kunnen de zaailingen snel naar buiten om 'af te harden'.  

Klaarzetten:

• Potgrond of speciale zaaigrond. Zaaigrond bevat weinig voeding en is extra goed doorlatend, dit bevordert kieming van de zaadjes

• Kleine potjes: van terracotta, hergebruikte plastic potjes of zelfgemaakt van krantenpapier. Maak hergebruikte potjes van te voren goed schoon met heet water.

• Zakjes zaad

• Steeketiketten + potlood

• Waterdichte onderschotel/bak/zinken dienblad

• Gieter en plantenspuit

 

Voorbereiding:

• Sommige zaden hebben een 'dikke huid' waardoor het lang kan duren voordat ze kiemen.  Dit geldt bv. voor Oost-Indische kers, Lathyrus en erwten en bonen. Help ze een handje door ze voor te weken: doe een laagje water op een schoteltje, leg er een velletje keukenpapier op en daarop de zaden. Laat ze een nachtje weken. Ook basilicumzaad kiemt snelle met deze methode.

 

• Giet een cm water in de onderschotel. Vul de potjes met potgrond en druk deze licht aan. Zet de gevulde potjes op de schotel, de aarde zal zich nu volzuigen met water. Dit duurt ca. ½ uur.

 

• Schrijf de namen van de planten die je gaat zaaien op de steeketiketten, samen met de datum.

 

Zaaien

• Verdeel de zaadjes heel spaarzaam en gelijkmatig over de potjes. Is het zaad heel fijn? Meng het dan met een beetje zand en verdeel dat over de aarde.

• Fijn zaad hoeft meestal niet te worden afgedekt. Volg de instructies op de verpakking.

• Steek de grote zaden van bv. courgette of pompoen rechtop in de grond, met een puntje naar beneden. Voor dikke ronde zaden als van Oost-Indische kers, Lathyrus of erwtjes, maak je een ondiep kuiltje m.b.v. de achterkant van je potlood. Dek de zaden daarna af met een dun laagje aarde.

• Steek de etiketjes in de juiste potjes.

• Maak de bovenkant aarde m.b.v. de plantenspuit nog wat vochtig, gebruik de fijnst mogelijke nevel zodat je de zaadjes niet 'wegspuit'. 

• Zet de bak met kweekpotjes op een lichte plek, maar niet in de volle zon.

 

Opkweken zaailingen

• Na verloop van tijd ontkiemen de zaadjes. De eerste blaadjes verschijnen: dit zijn de kiemblaadjes, meestal zijn ze heel eenvoudig van vorm.

 

• Houd de potjes tijdens de groei van de plantjes vochtig maar niet nat, zeker als de zaailingen nog bijna geen blad hebben.

 

• De kiemblaadjes worden gevolgd door de 'echte blaadjes', deze hebben de vorm van de gewone blaadjes van de plant en zijn sterker dan de kiemblaadjes.

 

• Wacht tot de plant 4 of meer paar echte blaadjes heeft gevormd. Heb je in kleine potjes gezaaid? De plantjes zijn nu groot genoeg om in een groter potje te worden gezet: dit heet 'verspenen'.

 

Verspenen: je zaailingen in een groter potje zetten

• Vul grotere potjes met potgrond en maak er een kuiltje in met je vinger.

 

• Pak de tere plantjes nooit bij hun steeltje, dat is nog heel kwetsbaar. Houd met één hand het plantje voorzichtig vast aan een blaadje en til, m.b.v. een potlood of frietvorkje, met je andere hand de worteltjes met wat grond uit het potje. Verhuis het plantje nu naar zijn nieuwe pot. Laat hem in het kuiltje zakken tot de worteltjes bedekt zijn, doe er indien nodig nog wat aarde bij. Aandrukken is niet nodig!

 

• Geef heel voorzichtig wat water en zet de nieuwe potjes weer op een lichte plek.

 

• Als de plantjes groeien kan je wat meer water geven.

 

• Heb je in potjes van krantenpapier gezaaid? Deze zet je met potje en al in de de grond, de worteltjes groeien vanzelf door het papier heen. Op den duur lost het papier op.

 

Naar buiten!

• Als de plantjes flink zijn gegroeid, kunnen ze naar buiten. Laat ze eerst wennen aan de – koudere – temperatuur. Zet ze niet in de felle zon en haal ze 's nachts naar binnen.

 

• Als het gevaar voor nachtvorst is geweken, ca. de tweede week van mei, kunnen ze buiten blijven. Pot ze naar wens op in grote potten of zet ze in de volle grond in de tuin.