Vogels voederen

Je kunt het hele jaar (bij)voederen, ook in een tuin vol insecten, wormen, zaadjes en bessen. Het geeft vogels een extraatje naast hun gewone voedsel en maakt van je tuin een populair 'vogelrestaurant'.

Vogels gebruiken het hele jaar door veel energie: in de lente en zomer om te nestelen en hun jongen te voeden, in de herfst om vetreserves op te bouwen voor de winter of de trek naar het zuiden. De winter blijft de belangrijkste tijd om te voederen. Winterdagen – zeker met sneeuw of vorst – zijn vaak te kort om voldoende voedsel te vinden. Om bij kou hun lichaamstemperatuur (ca. 40ºC!) op peil te houden, hebben vogels energie- en vetrijk voedsel nodig. Bekijk hier ons hele assortiment.

Welke vogel eet wat?
  • Kool-, pimpel- en andere mezen: vetbollen om los in de boom te hangen of in een speciale 'voedersilo', pinda's, zonnepitten.
  • Merels, lijsters en spreeuwen: doorgesneden appels of peren, havermout.
  • Vinken, mussen, groenlingen en puttertjes: gemengde zaadjes, zonnepitten, havermout, fijngestampte vetbol.
  • Insecteneters als heggenmus, winterkoning en roodborst: meelwormen (dierenwinkel), havermout, op de grond gevallen restjes vetbol.
  • Speciale vogelpindakaas (zonder zout en met de juiste vetten) is bij alle vogels populair!
 
 
Onze voedertips:
  1. Hang of strooi het voedsel op een rustig plekje, waar vogels makkelijk af en aan kunnen vliegen. Zorg ervoor dat katten zich niet vlakbij de voederplek kunnen verstoppen.
  2. Elke vogelsoort heeft zijn eigen favoriete eetplek: meesjes hangend aan een vetbol in de boom, vink, huismus en roodborstje op de voedertafel. Merels, lijsters en heggenmussen eten graag op de grond, veilig onder een struik.
  3. Voeder elke dag: liefst vroeg in de ochtend en aan het eind van de middag. 's Ochtends hebben vogels energie nodig na een koude nacht, 's middags bouwen ze juist weer reserves voor de nacht op.
  4. Heb je veel kauwen of eksters in je tuin? Kies dan onze voedersilo met een 'kooi' erom, alleen kleine vogeltjes kunnen bij de inhoud.
  5. Voer kleine beetjes tegelijk: zo kan het eten niet bederven en gaat alles op.
  6. Zorg voor voldoende water. Vriest het? Geef dan wat fijngestampt ijs. Als er sneeuw ligt, is er geen water nodig, vogels 'drinken' door sneeuw te pikken.
  7. Geef nooit (olijf)olie of margarine: vogels kunnen daar niet goed tegen.
  8. Houd bij pinda's in de gaten dat ze bij warmer weer niet beschimmelen, dat kan giftig zijn. Je kunt ze beter alleen 's winters geven.
  9. Maak voederplank, silo, waterbak etc. regelmatig schoon met een harde borstel en heet water. Zo krijgen schimmels en ziektes geen kans.

Om je beter en persoonlijker te helpen, gebruiken wij cookies en vergelijkbare technieken. Met de cookies volgen wij en derde partijen jouw internetgedrag binnen onze site. Wil je hier meer over weten? Bekijk onze cookieverklaring voor meer uitleg.